Wat wel geldt
Zorgaanbieders moeten gezondheidsgegevens passend beveiligen en moeten kunnen aantonen dat zij werken volgens NEN 7510. Toezichthouders gebruiken de norm daarbij als referentiekader.
Is NEN 7510 verplicht? Het antwoord hangt af van wat u precies bedoelt. Dit hoofdstuk haalt wetgeving, norm, certificering, toezicht en contractuele eisen uit elkaar en laat zien hoe ze samenhangen.
Rond NEN 7510 lopen vijf dingen door elkaar die beter uit elkaar gehouden kunnen worden: wetgeving, de norm zelf, certificering, toezicht en contractuele eisen. Die laatste zijn in de praktijk vaak de directe aanleiding om aan de slag te gaan.
De korte samenvatting: wetgeving verplicht zorgaanbieders om gezondheidsgegevens passend te beveiligen en verwijst daarvoor naar normen als NEN 7510. Een certificaat is geen algemene wettelijke verplichting, maar wel het meest gebruikte bewijsmiddel richting ketenpartners en opdrachtgevers.
Verschillende wetten raken informatiebeveiliging in de zorg. Ze stellen zelden concrete technische eisen, maar verwijzen naar normen of vragen om passende maatregelen.
De Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en het bijbehorende besluit verwijzen voor zorgaanbieders die elektronisch gegevens uitwisselen naar NEN 7510, NEN 7512 en NEN 7513. Het gaat om aantoonbaar werken volgens die normen, niet om het bezit van een certificaat.
De AVG vraagt om passende technische en organisatorische maatregelen bij het verwerken van persoonsgegevens. Voor gezondheidsgegevens, een bijzondere categorie, ligt die lat hoger. NEN 7510 is in Nederland de gebruikelijke manier om te onderbouwen dat die afweging zorgvuldig is gemaakt.
De Wkkgz verplicht tot het leveren van goede zorg, wat betrouwbare informatievoorziening veronderstelt. De Wegiz stelt eisen aan elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders en werkt door in de systemen en koppelingen die u gebruikt.
De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse omzetting van de Europese NIS2-richtlijn en geldt sinds 15 augustus 2026. Niet elke zorgaanbieder valt eronder: dat hangt af van het type zorg, de omvang van de organisatie en de wet waaronder zorg wordt geleverd. Valt u eronder, dan gelden onder meer een zorgplicht, een meldplicht en registratie bij het NCSC.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op informatiebeveiliging bij zorgaanbieders. De Autoriteit Persoonsgegevens beoordeelt de verwerking en beveiliging van persoonsgegevens en de afhandeling van datalekken. Voor organisaties onder de Cyberbeveiligingswet komt daar sectoraal toezicht bij.
Deze vraag levert vaak te stellige antwoorden op. De nuance zit in het onderscheid tussen voldoen aan de norm en gecertificeerd zijn.
Zorgaanbieders moeten gezondheidsgegevens passend beveiligen en moeten kunnen aantonen dat zij werken volgens NEN 7510. Toezichthouders gebruiken de norm daarbij als referentiekader.
Er bestaat geen algemene wettelijke plicht voor iedere zorgorganisatie om gecertificeerd te zijn. Certificering wordt meestal gevraagd via contracten, aanbestedingen of ketenpartners.
Of de Cyberbeveiligingswet van toepassing is, hangt af van sector, omvang en het type zorg. Laat dit beoordelen in plaats van het aan te nemen.
De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse omzetting van NIS2 en geldt sinds 15 augustus 2026. Of uw organisatie eronder valt, hangt af van het type zorg, de omvang en de wet waaronder zorg wordt geleverd. Werkt u al volgens NEN 7510, dan overlappen veel maatregelen; de herziene norm bevat daarvoor een vergelijking met NIS2.
Organisaties die onder de wet vallen, melden zich aan in het entiteitenregister bij het NCSC, inclusief de internetdomeinen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
Risicoanalyses en passende maatregelen voor continuïteit en informatiebeveiliging, uitdrukkelijk inclusief risico's in de toeleveranciersketen.
Een vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur, een uitgebreidere melding binnen 72 uur en een eindrapport binnen een maand.
Het bestuur keurt maatregelen goed, houdt toezicht op de uitvoering en volgt scholing. Deze verantwoordelijkheid is niet over te dragen aan een afdeling.
Welke eisen daar inhoudelijk achter zitten, staat in de eisen van NEN 7510. Hoe u dat praktisch aanpakt, leest u bij implementatie in vier fasen.
Hoofdstuk 05 beschrijft de route: eerst de huidige situatie begrijpen, dan risico's bepalen, vervolgens maatregelen invoeren en tot slot controleren, testen en verbeteren.
Inclusief doorlooptijd en kostenverdeling.